Ontstekingsparameters: CRP versus bloedbezinking
05-05-2026
Een korte theoretische heropfrissing
Zowel C-reactief proteïne (CRP) als de bezinkingssnelheid van de rode bloedcellen, beter gekend als de bloedbezinking (BSE), routinematig door elkaar gebruikt worden als ontstekingsparameters. Toch verschillen deze twee parameters wezenlijk in kinetiek, specificiteit en klinische toepasbaarheid. Daarom lichten we via deze nieuwsbrief graag even deze verschillen toe (Tabel 1).
Tabel 1. Beknopt overzicht van de klinische relevantie van CRP en BSE.
|
Kenmerk |
C-reactief proteïne (CRP) |
Bloedbezinking (BSE) |
|
Beschrijving |
Eiwit dat wordt geproduceerd door de lever onder invloed van pro-inflammatoire cytokines (vb: IL-6). |
De snelheid van het uitzakken van de rode bloedcellen (RBC) of erythrocyten. Deze eigenschap wordt beïnvloed door de aanwezigheid van inflammatie, maar eveneens door niet-inflammatoire factoren zoals de eiwitsamenstelling van het bloedplasma. |
|
Kinetiek |
Stijging binnen 6 tot 8 uur Piekwaarde binnen 24 tot 48 uur Snelle normalisatie gezien de halfwaarde minder dan een dag is. |
Stijging binnen 24 tot 48 uur Piekwaarde na 48 uur Trage normalisatie (dagen tot weken) doordat dit afhangt van de dynamiek van de plasma-eiwitten. |
|
Specificiteit |
Hoog |
Matig: interpreteer met kliniek en andere resultaten (vb: eiwitten, bloedbeeld) |
|
Toepassingen |
Acute inflammatie Waarde ~ ernst van de infectie |
Chronische inflammatoire processen Discordant hoog t.o.v. CRP: paraproteïne? |
|
Praktisch |
Serumbuis (rode dop) |
EDTA-buis (paarse dop) |
CRP is een positief acuut-fase-eiwit dat in de lever wordt aangemaakt onder invloed van pro-inflammatoire cytokines, voornamelijk IL-6, TNF-α en IL-1. In afwezigheid van (inflammatoire) stimuli is de waarde laag (<5 mg/l). Na het ontstaan van een ontstekingsproces stijgt de CRP-waarde in het bloed binnen 6 à 8 uur en bereikt vervolgens een piek binnen 24 tot 48 uur. Omdat het halfleven van CRP minder dan een dag is, zal bij herstel, al of niet door een effectieve behandelingskuur, de CRP-waarde typisch snel zal dalen.
Op basis van bovenstaande eigenschappen is CRP bijzonder geschikt voor:
- Het vroeg detecteren van acute ontsteking of infectie
- Het opvolgen van het ziekteverloop
- Het evalueren van therapierespons
De BSE daarentegen is een indirecte maat voor ontsteking en is gebaseerd op de eigenschap van RBC om uit te zakken over verloop van tijd omdat hun dichtheid groter is dan die van het bloedplasma. Door inflammatie verandert de eiwitsamenstelling door de acute fase respons, waardoor bijvoorbeeld de fibrinogeenconcentratie zal verdubbelen. Dit zorgt dat de RBC als het ware wat samenklitten (of aggregeren) en dus sneller gaan uitzakken. Je kan dit vergelijken met een “bol” pluimen die sneller naar beneden valt dan individuele pluimen.
De BSE reageert trager dan CRP op een ontstekingsreactie, waarbij een stijging pas optreedt na 24 tot 48 uur en normalisatie dagen tot weken kan duren. Dit is onder andere het gevolg van de dynamiek van fibrinogeen, wat een halfleven heeft van 3 tot 5 dagen en – anders dan CRP – normaal reeds in significante concentraties aanwezig is. Daarnaast is de BSE minder specifiek en wordt deze beïnvloed door diverse niet-inflammatoire factoren, deels gebonden met de eiwitsamenstelling van het plasma, het hematocriet en zelfs met de vorm van de RBC. De voornaamste factoren zijn:
- Leeftijd
- Geslacht
- Aanwezigheid anemie
- Zwangerschap
- Aanwezigheid van onderliggende paraproteïnemieën
De klinische betekenis van CRP en bloedbezinking
Gezien de snellere en meer dynamische respons geniet CRP in de meeste acute situaties de voorkeur boven BSE, met name bij verdenking op een infectieus proces. Bij zware infecties kan de waarde oplopen tot meer dan 100x de bovengrens van normaal. CRP is bovendien relatief specifiek voor inflammatie, waarbij hogere waarden vaker passen bij bacteriële infecties dan bij virale aandoeningen of niet-infectieuze oorzaken.
De BSE kan echter aanvullend nuttig zijn bij chronische inflammatoire aandoeningen (zoals bepaalde reumatologische ziekten) of bij specifieke indicaties zoals het opsporen van paraproteïnemieën, zeker in het geval dat BSE discordant hoog is ten opzichte van de CRP-waarde. Om een onderliggend paraproteïne uit te sluiten wordt bij voorkeur in eerste instantie een eiwitelektroforese uitgevoerd.
Praktisch
CRP wordt gemeten op een serumbuis (rode dop), terwijl sedimentatie (BSE) op een EDTA-buis (paarse dop) gemeten wordt.
Als beide testen samen worden aangevraagd, wordt slechts één van de twee terugbetaald (art. 24, cumulregel 354). Er is dan een kostprijs voor de patiënt van €1.30.