MB Lymfocytose2 800 500
← Terug

MBL of monoklonale B-cel lymfocytose

07-11-2025

Een korte heropfrissing = samenstelling van het bloed

Bloed bestaat uit twee verschillende compartimenten. Het eerste compartiment omvat de vloeistoffractie of bloedplasma, waar alle oplosbare elementen in vervat zitten (vb: eiwitten, micronutriënten, etc.). Het tweede compartiment omvat de cellulaire fractie. De cellulaire fractie van het bloed omvat de rode bloedcellen (RBC), bloedplaatjes en witte bloedcellen of WBC (in de zgn. “buffy coat”) (Figuur 1).

Figuur 1. Na centrifugeren van het bloed kunnen drie fracties geïdentificeerd worden: bloedplasma, de rode bloedcellen of RBC en de ‘buffy coat’. De ‘buffy coat’ bestaat uit bloedplaatjes en de vijf verschillende types van witte bloedcellen (WBC). Eén van deze WBC-types zijn de lymfocyten. De lymfocyten kunnen verder onderverdeeld worden in de B-cellen, T-cellen en NK-cellen, waarbij alleen de NK-cel soms morfologisch kan worden onderscheiden.

Morfologisch kunnen lymfocyten onderscheiden worden van de andere WBC, maar het is niet mogelijk om via microscopie B- van T-lymfocyten te onderscheiden. Om zekerheid te krijgen van het type lymfocyt is immuunfenotypering noodzakelijk, waarbij via membraanmerkers (vb: CD3, CD19 en CD56) de verschillende lymfocyten met zekerheid kunnen worden geïdentificeerd. De telling van het aantal lymfocyten in elke subfractie kan aangevraagd worden via de test “Lymfocytensubtypering”. Bij vermoeden of opvolging van een populatie klonale (“maligne”) lymfocyten dient de test “Immunofenotypering WBC (opsporen maligniteit)” aangevraagd te worden.

Monoklonale B-cel lymfocytose = van MBL tot B-lymfoom

In het bloed komen de T-cellen het meeste voor, gevolgd door de B-cellen en NK-cellen. Bij gezonde mensen zijn deze lymfocyten polyklonaal verdeeld, of met andere woorden zijn al deze lymfocyten uniek. Een lymfocytose of gestegen aantal lymfocyten kan ontstaan door verschillende redenen, bijvoorbeeld door een infectie, auto-immuniteit en/of hematologische maligniteit. Bij het laatste voorbeeld is de lymfocytose te wijten aan een (mono)klonale expansie van de maligne lymfocyt.

Stel dat de maligne lymfocyt een B-cel is, dan hangt de specifieke diagnose af van drie verschillende elementen: 1) aantal circulerende klonale B-cellen, 2) aan/of afwezigheid van gelokaliseerde pathologie (vb: adenopathie, (hepato)splenomegalie) en 3) het immuunfenotype van de klonale B-cel. Een grafische voorstelling van de verschillende diagnoses en hun specifieke vereisten is weergeven in Figuur 2.

Figuur 2. Overzicht van de verschillen tussen een MBL of monoklonale B-cel lymfocytose en een B-lymfoom. Indien een klonale B-cel populatie wordt vastgesteld, is gelokaliseerde pathologie voldoende om te spreken van een B-lymfoom. Hetzelfde geldt indien deze klonale B-cel populatie >5000/µL of een specifiek immuunfenotype heeft van bepaalde B-lymfomen (vb: folliculair lymfoom, hairy cell leukemie, mantelcel lymfoom, lymfoplasmocytair lymfoom).

Merk op dat de aan- of afwezigheid van B-symptomen (vb: nachtzweten, koorts en/of vermagering) geen criterium is om het onderscheid te maken tussen een MBL of monoklonale B-cel lymfocytose en B-lymfoom (een MBL kan symptomatisch of asymptomatisch zijn, en een B-cel lymfoom kan ook asymptomatisch zijn).

Een MBL zal door het labo verder worden geclassificeerd op basis van het immuun-fenotype en het aantal circulerende klonale B-cellen (Figuur 3). Immuunfeno-typering van de klonale B-cel populatie wordt uitgestuurd naar een ander labo, waardoor de definitieve classificatie ≥48u kan duren.

Figuur 3. MBL subtypering. * geen specifiek B-lymfoom immuunfenotype. (a)CLL = atypische chronische lymfatische leukemie.

Betekenis en aanpak van MBL

Zoals de meeste indolente (traag evoluerende) B-lymfomen verloopt de aanpak van MBL volgens een ‘watchful waiting’ principe. Dat houdt in dat er in eerste instantie geen specifieke therapie hoeft gestart te worden.

Een low count MBL heeft weinig klinische relevantie aangezien dit niet duidelijk geassocieerd is met evolutie tot een B-lymfoom. Daarom heeft het weinig zin om dit op te volgen in de tijd. Een periodische (vb: jaarlijks) opvolging van de MBL populatie is wel aangewezen in het geval van toenemende kliniek en/of als het gaat om een high count MBL type (a)CLL (500-5000 cellen/µL) of MBL type non-CLL. Indien de lymfocytose dermate hoog wordt (50 000->100 000/µL) dat er risico op hyperviscositeit ontstaat, is een doorverwijzing naar de hematoloog aangewezen.