Urineweginfecties 800 500
← Terug

Diagnose van urineweginfecties anno 2025 bij 
Labo Maenhout en Medilab

03-03-2026

In het jaar 2025 werden heel wat urineculturen uitgewerkt in beide labo’s. Van het totaal aantal culturen bleek ongeveer 40% vermoedelijk om een effectieve urineweginfectie (UWI) te gaan. Met dit rapport bezorgen we u graag een overzicht.

Bij de interpretatie van deze resultaten is het essentieel een onderscheid te maken tussen ongecompliceerde en gecompliceerde urineweginfecties.

  • Een ongecompliceerde UWI is een bacteriële infectie van de blaas bij een vrouw met urinewegen zonder structurele abnormaliteiten (vb obstructie, hydronefrose,…), zonder co-morbiditeiten.
  • UWI bij immuun gecompromitteerde patiënten, mannen, diabetici, zwangere patiënten en infecties die gepaard gaan met koorts, nierstenen, sepsis, urinewegobstructie, urinaire katheters, worden beschouwd als gecompliceerde infecties. Hierbij is er een hoger risico op therapie falen. Dikwijls is langere therapie en/of alternatieve antibiotica noodzakelijk.

Symptomen

Pyurie en/of bacteriurie zonder symptomen wijzen niet op een UWI en vereisen geen behandeling. Typische symptomen van een UWI zijn frequent urineren, aandrang om te plassen, suprapubische pijn en dysurie.

Staalname

Voor het opsporen van een UWI is mid-stream urine noodzakelijk, omdat dit het risico op contaminatie door bacteriën van de huid of de uitwendige geslachtsdelen vermindert. De afname gebeurt door eerst de uitwendige genitaliën te reinigen, vervolgens het eerste deel van de urine in het toilet te laten lopen en daarna, het middelste deel van de urine op te vangen in een steriel potje. Het laatste deel van de urine wordt opnieuw in het toilet geloosd.

Ter info: We hebben een poster voor afname van mid-stream urine, geef gerust een seintje indien u een poster wenst te ontvangen om in uw patiënten toilet op te hangen.

Etiologie

Figuur 1 geeft het aantal positieve culturen bij Labo Maenhout weer en welke kiemen hieruit geïdentificeerd werden in 2025. De data van Medilab zijn identiek. Uit deze data blijkt duidelijk dat Escherichia coli met voorsprong de meest geïsoleerde kiem uit positieve urineculturen blijkt te zijn met 60% van de positieve culturen. Dit gevolgd door andere Enterobacterales en Enterokokken die voorkomen in de humane darmflora.

Figuur 1: overzicht kiemen positieve urineculturen Labo Maenhout

Behandeling

De behandeling van een UWI is er op gericht te voorkomen dat de infectie evolueert naar een sepsis of zich uitbreidt naar een bovenste urineweginfectie, zoals pyelonefritis, die de delicate nefronstructuren kan beschadigen en uiteindelijk kan leiden tot complicaties.

Sommige kiemen zijn intrinsiek (van nature) resistent aan bepaalde antibiotica. Dit wordt steeds medegedeeld wanneer de identificatie van de kiem gekend is, in een voorlopig antibiogram a.d.h.v. de letter R.

Enkele jaren geleden werd de interpretatie van de letter I aangepast: dit staat nu voor “gevoelig bij verhoogde dosering” en NIET meer voor intermediair. Dit wil zeggen dat het antibioticum wel nog kan gebruikt worden maar in voldoende hoge dosis.

De letter S staat voor gevoelig (sensitive).

Tabel 1 toont een overzicht van de resistentiecijfers per kiemsoort welke in de laboratoria gekweekt werden.

AB

Kiem

E.coli

Klebsiella spp.

Pseudomonas aeruginosa

Enterococcus faecalis

Proteus spp.

Amoxicilline

46

100

100

0

50

Amoxi-clav

13

13

100

0

16

Ciprofloxacine

16

11

7**

7*

28

Nitrofurantoine

3*

100

100

2*

100

Fosfomycine

1.5*

100

100

100

100

Trimethoprim

28

17

100

100

100

Trimethoprim-sulfamethoxazole

24

5

100

100

37

2e gen cefalosporines (PO)

10

13

100

100

2

3e gen cefalosporine: ceftazidime (IV)

6

Tabel 1: overzicht frequente uropathogenen met % resistentiecijfers m.b.v. EUCAST.
 (*Enkel bij ongecompliceerde UWI te gebruiken / **Steeds hoge dosering (HD)
 noodzakelijk)

E. coli: Meest voorkomende uropathogeen, nitrofurantoïne en fosfomycine zijn eerste keuze bij ongecompliceerde UWI. Bij mannen met gewone cystitis wordt door de Belgische richtlijnen ook nitrofurantoïne als eerste keuze aangeraden. Echter de kans op therapiefalen bestaat, blind ingestelde behandeling dient zo nodig bijgesteld op geleide van het antibiogram. Bij gecompliceerde UWI wordt ciprofloxacine als eerste keuze of amoxi-clav aangeraden indien gevoelig. Trimethoprim is eerst keuze bij hoogbejaarden of mensen met nierinsufficiëntie.

Klebsiella spp.: resistent aan amoxicilline, nitrofurantoine en fosfomycine. Goede gevoeligheid aan overige klassen antibiotica.

Pseudomonas aeruginosa: te behandelen met ciprofloxacine of ceftazidime (IV). Pseudomonas aeruginosa wordt steeds als ‘I = gevoelig bij verhoogde dosering’ of als ‘R = resistent’ gerapporteerd. De hoge dosering ciprofloxacine komt overeen met 750 mg om de 12 uur, in plaats van 500 mg om de 12 uur (bij normale nierfunctie).

Enterococcus faecalis: amoxicilline is eerste keuze therapie.

Proteus spp.: resistent aan nitrofurantoïne, fosfomycine, trimethoprim.

Besluit

  1. Maak het onderscheid ongecompliceerde vs gecompliceerde UWI
  2. Propere mid-stream staalname is belangrijk!
  3. Pyurie en/of bacteriurie zonder symptomen = GEEN antibiotica nodig
  4. E. coli = frequentste uropathogeen
  5. Gevoeligheid “I”=gevoelig bij verhoogde dosering

Hebben jullie vragen of opmerkingen, of wensen jullie een rapport specifiek op maat van jullie praktijk of instelling, contacteer ons dan gerust. We helpen jullie graag met meer inzichten in jullie praktijkvoering.